Het mag een uitermate gelukkige omstandigheid worden genoemd dat in het begin van de jaren twintig enkele mensen op de gedachte zijn gekomen tot de oprichting van het historisch genootschap "Oud West- Friesland". Mede door hun initiatief zijn namelijk tal van leefgewoonten opgetekend, gebruiken aan de vergetelheid ontrukt. In de jaren na de eerste wereldoorlog immers werd een begin gemaakt met de afbraak van de Westfriese cultuur, zoals die een paar eeuwen achtereen de leefgewoonten van de autochtone bewoners had bepaald.

Mede door de eerste wereldoorlog, die in ons land alleen tot een algehele mobilisatie leidde, kwamen honderden jonge Westfriezen in kontakt met andere delen van ons land, met andere Nederlanders. Dit had tot gevolg dat er in de jaren na 1918 - en niet alleen en uitsluitend in West-Friesland - veel veranderde en dan bovendien nog in een tamelijk snel tempo.
Andere oorzaken kan men zoeken in nieuwe onderwijsvormen. Een deel van de Westfriese plattelandsjeugd trok naar scholen in de centra: naar Schagen, Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen. De dorpen waren niet langer meer vrijwel gesloten gemeenschappen.
Dingen van elders deden er hun intrede. In feite is het zo, dat van de nu nog levende autochtone Westfriezen alleen degenen die zijn geboren vóór 1910 het leven in het oude West-Friesland nog hebben geproefd. Het leven, waarin de auto nog slechts sporadisch voorkwam, waarin waterleiding in de dorpen ontbrak, waarin de petroleumlamp op de lange winteravonden het huis matig en de straten minimaal verlichtte. In dàt oude West-Friesland was er óók al sprake van sport. Al was het een geheel andere sport dan die we thans kennen. Er waren kolfbanen.
Er waren kegelclubs. En er waren gymnastiekverenigingen. Vooral de gymverenigingen hebben er - in daarvoor ongeschikte zaaltjes bij petroleumverlichting – voor gezorgd dat ook de minder bedeelden buiten hun dagelijkse werk om nog iets "hadden". Wie ging kolven, kegelen of biljarten behoorde tot de klasse, die over wat meer aardse goederen beschikte.

De gedemobiliseerde soldaten, die terug kwamen in hun dorp, de jongeren die de ulo, de hogere burgerschool of de universiteit bezochten; zij wilden óók in hun woonplaats sport gaan beoefenen. Sport, die in eerste instantie nog enkele korfbalclubs deed ontstaan (aan de Langedijk, in Nieuwe Niedorp en in Hoogwoud), maar al spoedig tot het voetballen bleef beperkt. Wie er kranten uit die jaren op naslaat vindt onder de rubriek plaatselijk nieuws vrijwel iedere maand wel een bericht over het oprichten van een of andere voetbalvereniging. Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen hadden al één of meer voetbalclubs, maar nu werden ze óók opgericht op het platteland. Waarbij wel moet worden opgemerkt, dat het westelijk deel van West-Friesland veel méér in beweging was dan het oostelijk deel. Het is uitermate moeilijk om daar een verklaring voor te vinden. Er is wel eens verondersteld dat het rooms-katholicisme, dat in oostelijk West-Friesland een heel sterk bolwerk had, hiervan als oorzaak zou kunnen worden aangevoerd. Daar staat echter tegenover dat in de Westfriesche Voetbalbond vanaf het begin ook enkele specifiek rooms-katholieke clubs actief zijn geweest.

In de jaren 1920 en '21 begon in het Westfriese land de opmars van Koning Voetbal.
Vraag niet hoe. Van een overkoepelende organisatie was op dat moment geen sprake.
Elke club leefde op zich zelf. De secretarissen hadden enig kontakt en dan werd een wedstrijd uitgeschreven. Pogingen om door de Noordhollandse Voetbalbond (NHVB), opgericht op 3 september 1902, te worden opgenomen leden schipbreuk.
De NHVB wenste zich toen nog niet met die "boerenkluppies" te bemoeien ...

Eigen bond

In 1921 werden de stemmen, die riepen om een eigen organisatie, steeds luider.
Er waren toen al clubs in Schagen en Nieuwe Niedorp. Er kwamen clubs bij in Anna Paulowna (BFC en Excelsior), op (het toén nog eiland) Wieringen (Succes), in Wieringerwaard, in Oudesluis, in Winkel, in Hoogwoud, in Oude Niedorp, in Spanbroek, in Schagen (als tweede club: Quosego); nadien ook nog in Dirkshorn, in Sijbekarspel-Benningbroek, in Barsingerhorn en in Kolhorn. En na tal van besprekingen was daar op 19 november 1921 plotseling een organisatie: de Westfriesche Voetbalbond.

Tot voorzitter werd gekozen Dirk Breebaart (toen nog student, de latere burgemeester van de gemeente Callantsoog, nadien van Zijpe); secretaris werd Leonard Kleiterp (leraar aan de ulo-school te Winkel); leider pers en propaganda werd Henk Wil brink (hoofd van de openbare lagere school te Nieuwe Niedorp); competitieleider werd AntonJ. van Dijk uit Nieuwe Niedorp; mr. dr. Jan Buiskool te Schagen, Jan Schenk van de Meeldijk, Jaap Stammes uit Oudesluis en Fievez uit Anna Paulowa completeerden het bestuur. Van het archief van de Westfriesche Bond is - helaas - niks bewaard gebleven. Bij het reconstrueren van de (korte) geschiedenis ervan moet ik op mijn geheugen afgaan. Het bestuur van de nieuwe bond wist overigens van wanten. Kort na de oprichting draaide de competitie!

Wie de start van de competitie van de Westfriesche Voetbalbond niet daadwerkelijk heeft meegemaakt kan zich geen voorstelling maken van de veranderingen, die dit voor het leven van de gemiddelde dorpsbewoner meebracht. Terwijl elk dorp tot op dat moment vrijwel geheel op zichzelf leefde, moesten de voetballers er nu vrijwel iedere zondag op uit: met in hun kielzog een schare supporters, wier enthousiasme vooral in de eerste jaren bijkans geen grenzen kende!

Aangezien er in die eerste jaren in de regel ook gedurende de zomermaanden werd gevoetbald - tijdens kermissen, in seriewedstrijden - kan gerust worden gesteld dat de Westfriezen van vele dorpen elkaar toèn pas leerden kennen.

Schager Courant

Dat dit van groot belang was voor de ontwikkeling van de streek werd uitermate goed begrepen door de toenmalige uitgever van de Schager Courant, Piet Trapman. Na uitvoerige bespreking met voorzitter Dirk Breebaart van de Westfriesche Voetbalbond stelde hij gedurende het voetbalseizoen elke donderdag ruimte in zijn krant beschikbaar, voor het publiceren van wedstrijdprogramma's, standen en verdere mededelingen.

Bondselftal 4 juni 1922

Zo maar een paar hoogtepunten uit die beginjaren. De wedstrijd van een vertegenwoordigend elftal tegen Nieuwe Niedorp, de eerste kampioen van de Bond; een wedstrijd, die in Barsingerhorn werd gespeeld op de dag, dat Borculo door een wervelstorm werd getroffen. Seriewedstrijden in Oude Niedorp, waaraan werd deelgenomen door het kampioenselftal van Nieuwe Niedorp, door Sparta (Schagen), MFC (Medemblik) en Andijk.
De twee laatstgenoemde clubs behoorden wel niet tot het eigenlijke werkgebied van de WestfriescheVoetbalbond, maar deden wel mee. En zulke evenementen trokken enorm veel bezoekers.

Het had er alle schijn van dat de Westfriesche Voetbalbond vaste grond onder de voeten kreeg. Het bestuur trok er hard aan. Toen competitieleider Van Dijk verhuisde naar Hoorn werd Willem J.F. van Erp uit Schagen (de hospes van café "Het Oude Slot") zijn opvolger.
Er werden spelregelcursussen gegeven, scheidsrechters werden opgeleid.
Bestuursleden waren altijd bereid om te fluiten, wanneer er een beroep op hen werd gedaan. Niks was hen te veel. ’t Is eigenlijk onvoorstelbaar hoeveel werk er door hen voor niks werd verzet. Wie de onkostenrekeningen van de KNVB nu vergelijkt met die van de Westfriesche Voetbalbond van toen kan een glimlach niet onderdrukken. Zo veel voetbalplezier voor zo weinig kosten toen, tegen zo veel voetbalberoerdigheid bij een miljoenenomzet thans!

Na enkele jaren verschenen er echter enkele donkere wolken aan de hemel. Van Erp vertrok als competitieleider en de schrijver van dit artikel volgde hem op. Een probleem bijvoorbeeld was het elftal van Nieuwe Niedorp. Een zeer sterk team, dat steeds beslag legde op de kampioenstitel, maar nooit kon promoveren. Als extra klasse werd weliswaar nog een overgangsklasse ingesteld, maar dat bracht toch niet de gewenste oplossing.
Het elftal van Nieuwe Niedorp was gewoon te sterk: de Westfriesche Voetbalbond in feite ontgroeid.

Jalouzie

Er kwamen vanuit oostelijk West-Friesland, de Langedijk en de Duinstreek aanvragen als lid te mogen toetreden. Op korte termijn konden die aanvragen echter niet worden gehonoreerd. Temeer niet, omdat men van de kant van de Noordhollandse Voetbalbond steeds grimmiger tegen het succes van de West-friesche Voetbalbond begon aan te kijken. Op een gegeven ogenblik kwam voorzitter Breebaart in een bestuursvergadering zelfs met de mededeling, dat het bestuur van de NHVB een verbod had uitgevaardigd voor NHVB-clubs om wedstrijden te spelen tegen teams van de WFVB! Deze houding van de NHVB luidde voor de Westfriesche Voetbalbond het begin van het einde in. Grote broer zou het kleine broertje wel eens even wegpesten.
‘t Is nog gelukt óók. Wat de uiteindelijke reden van deze verbitterde houding is geweest is nooit duidelijk geworden. Zelfs in het gedenkboek, dat in 1962 t.g.v. het 60-jarig bestaan van het georganiseerde voetbal in onze provincie werd uitgegeven, heeft men het niet kunnen opbrengen om te vermelden dat er in westelijk West-Friesland een organisatie is geweest
– de Westfriesche Voetbalbond - , die buitengewoon veel heeft betekend voor de ontwikkelen van de voetbalsport op dit stuk platteland, toen de “Noordhollandse”zich allen nog maar bezig hield met de voetbalsport in de grotere plaatsen. Zelfs de vermelding van de Westfriesche Voetbalbond in één sipel regeltje kon er niet af…..

Ultimatum

Ik herinner me nog zéér levendig de vergadering, die het bestuur van de WFVB in de zomer van 1926 hield in "De Fortuin" te Barsingerhorn. Voorzitter Dirk Breebaart deponeerde een brief van de NHVB op tafel, waarin bij wijze van ultimatum werd meegedeeld dat op het spelen van wedstrijden van clubs uit de NHVB tegen die van de WFVB een geldboete werd gesteld. De NHVB toonde zich voorts bereid om de gang van zaken in het werkgebied van de WFVB over te nemen. In een te houden gecombineerde bestuursvergadering
zou een en ander nader kunnen worden geregeld. Maar die vergadering is er nooit gekomen! Het NHVB-bestuur was slechts bereid om Jaap Stammes uit Oudesluis als medebestuurder, als enige WFVB- representant, in zijn midden op te nemen. Er zat voor het bestuur van de Westfriesche Voetbalbond, onder aanvoering van de strijdbare mr. Dirk Breebaart, niets anders op dan te capituleren.

Door het bestuur van de Noordhollandse Voetbalbond is nimmer een woord van waardering geuit aan het adres van de pioniers, die onder de vaan van de Westfriesche Voetbalbond, in het begin van de jaren twintig ware propagandisten zijn geweest voor de sport in het algemeen en voor de voetbalsport in het bijzonder. Daarom breng ik hun namen hier nog maar eens even in herinnering: Dirk Breebaart, Leonard Kleiterp, Jan Buiskool, Henk Wilbrink, Jan Schenk en nog vele anderen.

De Westfriesche Voetbalbond heeft slechts kort bestaan. Maar het waren roemruchte jaren. Met tochten per fiets naar vergaderingen en naar wedstrijden.

Moge deze bijdrage in dit speciale themanummer van ons 60-jarig genootschap het besef levend houden dat men aan het beoefenen van sport óók vreugde - ja juist vreugde - kan beleven, wanneer alles niet is gebaseerd op een zo hoog mogelijk opgedreven onkostennota.

  

Oude Niedorp, najaar 1983                                                                                     Jaap van Zoonen

Gegevens afkomstig uit artikel ‘De roemruchte jaren van de Westfriesche Voetbalbond’, door Jaap van Zoonen, gepubliceerd in ‘West-Frieslands Oud & Nieuw’ 1984, 51e bundel van het Westfries Genootschap te Hoorn